… Legende …

Eind 18e eeuw waren onze gewesten bezet door de Fransen en dat liet zich voelen in het dagdagelijkse leven. Kerken werden gesloten en hun goederen in beslag genomen. Het gewone volk morde en als klap op de vuurpijl werden onze jongens nog verplicht om dienst te nemen in het Franse leger. In Oost-Vlaanderen grepen enkele dorpelingen naar de wapens en verjoegen de bezetter uit hun dorp. De Boerenkrijg was uitgebroken.

Ook Duffelse jongeren trokken ten strijde voor vrijheid en recht, voor Outer en Heerd (altaar en haard). Onder hen bevond zich een priester, Jan Baptist Hens, die ondergedoken zat in de Maltahoeve. Hij was bij de gevechten in Lier en Herentals aanwezig en trok later als aalmoezenier met het boerenleger naar Hasselt. Bij de slag op het Hilsterveld werd het boerenleger verslagen op 6 december 1798 en werd een priester met bajonetsteken doorboord en in de gracht geworpen.

Op het Hilsterveld verscheen om middernacht de geest van de vermoorde priester. Bleek en bebloed stond hij in het midden van de weg, zijn handen in een moffel **. Toen men dichterbij kwam trok hij zich terug en verdween. Aldus de legende van de ‘Moefelèr van ’t Hilsterveld’.

In de Hasseltse volksoverlevering evolueerde de naam Moeffelhier of Moeffelheer tot Moeffeleer. Rond 1850 werd het kapelletje van Hilst gebouwd als gedenkenis aan die bloedige dag, aan het Klein Lindeken, op de plaats waar priester Hens begraven ligt...

** Moffel: afkomstig van het woord ‘mof’ dat betekent: aan beide zijden open koker van bont fluweel e.d. waarin de handen warm worden gehouden.